Met betrekking tot de bomenkap in het Tuibrugbos wil de fractie van GroenLinks het college een aantal vragen stellen. Geïnspireerd door publicaties op Hoorngids.nl, in het Dagblad van West-Friesland, alsmede de ingebrachte bezwaren door omwonenden tegen de kapvergunning.Voorafgaand benadrukt GroenLinks nog maar eens altijd tégen het ontwikkelen van een inbreilocatie op deze plek te zijn geweest. Wij willen zo min mogelijk bestaand groen opofferen voor bouwprojecten. Dit gebied wordt - inclusief het betreffende deel van het Tuibrugbos - in het Groenbeleidsplan 2004 aangemerkt als een groene scheg richting het landelijk buitengebied en het Markermeer. Het Markermeer is een Natura 2000 gebied, en het Tuibrugbos ligt hier op relatief korte afstand van. Volgens het Groenbeleidsplan 2004 zou het Tuibrugbos overigens recreatief ontwikkeld worden. Het mag duidelijk zijn dat, daar waar ontwikkeling toch plaatsvindt, het van groot belang is dat dit zorgvuldig gebeurt met oog voor wat er al is.

De vragen:
De kapvergunning is afgegeven en gepubliceerd in juni 2009. De afgifte van de
kapvergunning heeft plaatsgevonden voordat wijzigingen in het vigerend bestemmingsplan
(Kersenboogerd 2003) hebben plaatsgevonden. Dit is een ongebruikelijke gang van zaken.
Volgens artikel 4.5. over "Het bewaren van houtopstanden" van de Algemeen Plaatselijke
Verordening (APV) dienen procedures op elkaar afgestemd worden en kan een
kapvergunning pas afgegeven worden wanneer bouwplannen definitief zijn. De Commissie
Bezwaarschriften heeft geoordeeld dat het college in strijd heeft gehandeld met door de raad
vastgestelde wet- en regelgeving.
1. Wat is de motivatie van het college geweest om op deze wijze, in strijd met wet- en
regelgeving, te handelen?
2. Wat is de motivatie geweest om naar bewoners en media te communiceren dat hier een
woonbestemming ligt, terwijl er in werkelijkheid nog een recreatieve bestemming geldt,
namelijk Wandelpark III? (Het bestemmingsplan Tuibrug is immers nog in ontwerp)
In de bezwaarschriften wordt gewezen op het van toepassing zijn van de Flora en Faunawet,
en op de aanwezigheid van beschermde of kwetsbare diersoorten in dit gebied. Er is een
Ecologische Beoordelingsrapportage gemaakt door het bureau Altenburg en Wymenga in
2008 en aanvullend onderzoek gedaan in 2009. Volgens dit onderzoek verdient vooral de
bescherming van de (meer)vleermuis aandacht, met name vanwege aanvliegroutes die
aanwezig zijn in het plangebied.
3. Kunt u een overzicht geven van de beschermde diersoorten (waaronder vleermuizen) die
aanwezig zijn in het plangebied en/of het plangebied gebruiken? En welke maatregelen
worden genomen om deze dieren (o.a. vleermuizen) te beschermen?
In de raadsvergadering van 15 december 2009 heeft de gemeenteraad unaniem het
Bomenbeleidsplan vastgesteld. Het motto is RUIMTE VOOR BOMEN, omdat de gemeente
Hoorn een groene stad wil zijn en blijven. Daarbij zijn onder andere als belangrijke
instrumenten aangegeven: een zorgvuldig gebruik van de kapvergunning en de Algemeen
Plaatselijke Verordening, de Bomen Effect Analyse en de instelling van een Bomenfonds.
GroenLinks wil graag de plannen toetsen aan dit bomenbeleidsplan:
4. Heeft in het geval van de woningbouwplannen op het terrein van het Tuibrugbos een
Bomen Effect Analyse plaatsgevonden? Waarom wel of waarom niet? En zo niet, wanneer
gaat dit alsnog gebeuren?
5. Is de NVTB waarde van de ruim 500 Canadese populieren vastgesteld, en wordt bij
eventuele kap hiervan, de financiële waarde van deze bomen gestort in het Bomenfonds?
Waarom wel of waarom niet?
6. Indien de te kappen bomen niet financieel gecompenseerd worden, worden dan op deze
plek en/of elders, bij voorkeur in de wijk Kersenboogerd, 500 nieuwe bomen teruggepland?
Waarom wel of waarom niet?
Wij zien uw antwoorden met interesse tegemoet.

Vriendelijke groet,

Namens de fractie van GroenLinks,
Patricia Kusters

Het College heeft inmiddels op deze vragen geantwoord: zie bijlage